vernissen

Damarvernis is een in terpentijn opgeloste natuurlijke boomhars en is van de traditionele vernissen vrijwel de enige die nog wordt gebruikt. Na droging zal de vernislaag in de tijd vergelen en bros worden. Een voordeel is dat damarvernis, ook na vele jaren, zeer makkelijk weer van het schilderij is te verwijderen.

 

Retoucheervernis dient om tijdens het maken van een schilderij of vrijwel direct na het voltooien eventuele matte, ingeschoten plekken weer op de juiste glansgraag te brengen. Tijdens het schilderen kunnen "ingeschoten" plekken ontstaan: de verf slaat mat weg, de intensiteit van de kleur neemt af. Dit is niet te vermijden en wordt veroorzaakt door een combinatie van de gebruikte kleur, het soort en de hoeveelheid toegevoegd verdunningsmiddel en de absorptie van de ondergrond. De hoeveelheid olie in de verf kan per kleur verschillen, hoeveel verdunningsmiddel er wordt toegevoegd eveneens. Als verf relatief weinig olie bevat waarvan een deel door de ondergrond wordt geabsorbeerd, kan de kleur inschieten. Om nu het schilderij op kleurharmonie te beoordelen is moeilijk, en dus het nemen van de juiste beslissingen over hoe verder geschilderd moet worden. Door de ingeschoten plekken (als ze goed handdroog zijn) zeer dun te behandelen met retoucheervernis komen glans en kleur weer terug. Als de ingeschoten plekken erg absorberend zijn kan het nodig zijn de handeling (na tussentijdse droging) te herhalen voordat glans en kleur weer op peil zijn. De vernis droogt in enkele uren en laat een poreuze film achter die geschikt is voor hechting van een eventuele volgende verflaag. Het is van groot belang de retoucheervernis zeer spaarzaam op te brengen omdat de nog niet volledig droge verf kan oplossen in het oplosmiddel van de vernis. Bij voorkeur opbrengen met een spuitbus. Voor deze toepassing wordt retoucheervernis ook wel ophaal- of uithaalvernis genoemd.

Het antwoord is: Ja het is beter dat een olieverfschilderij gevernist wordt met een slotvernis. Dat voorkomt veroudering en beschermt de verflaag tegen vervuiling. Olieverf is een chemisch (oxidatief) drogende verf, de olie droogt door zuurstofopname uit de lucht. Hierdoor worden de moleculen in ketens aan elkaar gekoppeld. (Ultraviolet)licht is nodig om hiervoor de energie te leveren. De chemische droging van lijnolie neemt veel meer tijd in beslag dan de fysische droging van de andere verfsoorten. Afhankelijk van de laagdikte en het type pigment is de verffilm handdroog in ongeveer één tot zes weken. Het geheel doordrogen van de film duurt minimaal een half jaar bij dunne lagen, tot één jaar bij de meest gebruikelijke dikte van de verflaag en bij erg dikke lagen zelfs meerdere jaren. De opname van zuurstof stopt dan niet; nu begint het verouderingsproces in werking te treden. Na het drogen en voor het verouderingsproces van de verf begint is het dan ook raadzaam het schilderij met een slotvernis te behandelen. De opname van zuurstof wordt hierdoor afgeremd en daarmee ook het verouderingsproces. Ook is het belangrijk dat de verf door een vernis wordt beschermd tegen vuil. Stof en aanslag nestelen zich in de loop van de tijd niet alleen op, maar ook in de verflaag als een schilderij niet is gevernist. Is een schilderij gevernist, dan kan de vernislaag met vuil en al worden verwijderd zonder de verf te beschadigen. In verband met de duurzaamheid van de verffilm mag een schilderij pas gevernist worden met slotvernis als de verf geheel droog is, dus ½ - 2 jaar na het schilderen, afhankelijk van de laagdikte van de verf.

 

Olieverfschilderijen mogen pas na volledige droging, d.w.z. na een jaar of langer afhankelijk van de dikte van de verflaag, gevernist worden met een slotvernis. Toch kan het wenselijk zijn i.v.m. expositie of verkoop kort na het voltooien van het schilderij een vernislaag aan te brengen om een egale glans te krijgen en een voorlopige bescherming Retoucheervernis kan in dat geval ook als voorlopige slotvernis worden aangebracht om het schilderij een egale glans te geven en als bescherming tegen vuil. Daar de vernis in een dunne laag poreus is, kan het droogproces van de verf doorgaan. Voor deze toepassing is het ten zeerste aan te raden het schilderij minimaal enkele weken tot maanden te laten drogen, afhankelijk van de dikte van de verflaag. Al is de verf in een eerder stadium aan de oppervlakte handdroog, de verf daaronder is dat zeker nog niet. Als de verf onvoldoende droois kan het oplosmiddel van het vernis in de onderliggende verf doordringen en brengt de nog niet droge olie naar boven. Als dit gebeurt kan het schilderij vele maanden lang pikkerig blijven en zullen verontreinigingen als stof zich aan de verf hechten. Het schilderij moet dus redelijk doorgedroogd zijn voor de retoucheervernis als voorlopige slotvernis wordt aangebracht. Na volledige droging (1-2 jaar na het schilderen) van de verf kan een slotvernis over de Retoucheervernis worden aangebracht.

 

Glanzende en matte olieverfvernis van dezelfde soort kunnen in elke verhouding gemengd worden tot de gewenste glansgraad. Bij het aanbrengen van een vernis dat matteringsmiddel bevat moet als laatste handeling de vernis in één richting uitgestreken worden om een egale matheid te verkrijgen. Een vernis kan in meerdere lagen opgebracht worden met een (1) grote uitzondering. De uitzondering is dat over een matte vernislaag geen volgende vernislaag mag worden aangebracht. Over een glanzende vernis kan dus wel een 2e of volgende laag (matte of glanzende) vernis aangebracht worden. Het is raadzaam als u een schilderij mat wil vernissen dat u eerst een dunne laag glanzende vernis aanbrengt en als het resultaat egaal is, daarover de matte slotlaag.

 
 

Uithaalvernis is een ander woord voor retoucheervernis.

Het geheel doordrogen van de olieverf op een olieverfschilderij duurt ongeveer een half jaar (bij hele dunne schilderingen) tot één jaar en bij erg dikke lagen zelfs meerdere jaren. Pas daarna mag een slotvernis worden aangebracht. Afhankelijk van de laagdikte en het type pigment is de verffilm handdroog in ongeveer één tot zes weken. Dan mag nog geen enkele vernis worden aangebracht ! Indien gewenst mag een na 1-6 maanden een retoucheer- of tussenvernis worden aangebracht, als de verf iets verder is doorgedroogd. De verf is dan nog niet helemaal doorgedroogd, maar voldoende voor het aanbrengen van de tussenvernis Het is niet noodzakelijk een tussenvernis aan te brengen. Een tussenvernis geeft geen extra bescherming, maar dient alleen om een (gedeeltelijk) ingeschoten schilderij een egale glans te geven in de periode voordat de verflaag door- en door droog is.

 

Het is ten zeerste aan te raden het schilderij minimaal 1 tot enkele maanden te laten drogen voor het aanbrengen van een retoucheervernis. Olieverf schilderijen mogen pas na volledige droging, d.w.z. na een jaar of langer afhankelijk van de dikte van de verflaag, gevernist worden met een slotvernis. Toch kan het wenselijk zijn i.v.m. expositie of verkoop kort na het voltooien van het schilderij een vernislaag aan te brengen om een egale glans en een voorlopige bescherming te krijgen.

Retoucheervernis kan in dat geval ook als voorlopige slotvernis worden aangebracht om het schilderij een egale glans te geven en als bescherming tegen vuil. Daar de vernis in een dunne laag poreus is, kan het droogproces van de verf doorgaan. Voor deze toepassing is het ten zeerste aan te raden het schilderij minimaal enkele weken tot maanden te laten drogen, afhankelijk van de dikte van de verflaag. Al is de verf in een eerder stadium aan de oppervlakte handdroog, de verf daaronder is dat zeker nog niet. Als de verf onvoldoende droog is kan het oplosmiddel van het vernis in de onderliggende verf doordringen en brengt de nog niet droge olie naar boven. Als dit gebeurt kan het schilderij vele maanden lang pikkerig blijven en zullen verontreinigingen als stof zich aan de verf hechten. Het schilderij moet dus redelijk doorgedroogd zijn voor de retoucheervernis als voorlopige slotvernis wordt aangebracht. Na volledige droging (1-2 jaar na het schilderen) van de verf kan een slotvernis over de retoucheervernis worden aangebracht.

 

Bij het verwijderen van oude vernislagen dient men voorzichtig te werk te gaan en goed op te letten of zich tijdens het schoonmaken geen problemen voordoen. Indien een schilderij gevernist is voordat de verf de tijd gehad heeft volledig te drogen, zal de verf onder het vernis nog geruime tijd zacht blijven omdat de vernislaag de verf afsluit van zuurstof en daardoor moeilijk verder kan drogen. In dit geval kan bij het verwijderen van de vernis ook de verf (gedeeltelijk) oplossen.

Neem een platte kwast van een paar cm breed, doop die in gerectificeerde terpentijn of gezuiverde terpentine en bestrijk een oppervlakte van zo'n 15 x 15 cm. Wacht tot de vernis begint te zwellen, spoel ondertussen de kwast uit en herhaal de handeling over de opgezwollen vernis. Deze zal nu gedeeltelijk oplossen in de terpentine die in de kwast zit. Blijf de handeling steeds met een uitgespoelde kwast herhalen tot alle vernis op deze plek is verwijderd. Behandel vervolgens een volgend stuk. Als de vernis verwijderd is lijkt er een witte waas op het schilderij te zitten. Deze verdwijnt als er uiteindelijk een nieuwe vernislaag wordt opgebracht.

Talens acrylic Varnisch (glossy 114 en mat 115) is inderdaad een slotvernis die gebruikt kan worden op olieverfschilderingen en op acrylschilderingen, Deze Acrylic varnish is een oplossing van acrylaathars in terpentine, Het resultaat van de glanzende vernis is iets minder glanzend en de matte vernis is iets matter dan bij andere vernis De Acrylic varnish vormt een flexibeler film dan de Picture varnish Het matteringsmiddel in de 115 bestaat uit silica's (vergelijk verpulverd glas); deze vernis moet voor gebruik goed worden geschud daar het matteringsmiddel uitzakt in de flacon. 

Talens schilderijvernis (Picture varnish) (glossy 002 en mat 003) is alleen een slotvernis voor olieverfschilderingen. Dit vernis is een oplossing van cyclohexanonhars in terpentijn (in de spuitbus terpentine). Het resultaat van de glanzende vernis is glanzender en de matte vernis is iets minder matter dan bij Acrylic vernis. De Picture varnish vormt een minder flexibele film, dat is voor olieverfschilderingen geen bezwaar. Het matteringsmiddel in de flessen matte Picture varnish bestaat uit wassen die opgelost zijn in de terpentijn; de vernis ziet er in de fles glashelder uit, maar vertoont na droging een eiglans. Is de vernis in de fles niet helder is het matteringsmiddel "uitgevlokt" Dat gebeurt als de fles in een wat koelere omgeving bewaard wordt. Voor het vernisssen moet u dan de fles iets verwarmen (b.v. onder de warme kraan houden of in een bak warm water leggen) tot de vernis weer volstrekt helder is (In de matte spuitbus is het matteringsmiddel geen was maar silica's).

Voor het gebruik moet de vlokken weer opgelost zijn in de vloeistof en de vernis er weer helde uitzien. Het matteringsmiddel in de meeste matte schilderijvernissen is een wassoort die opgelost is in het oplosmiddel en bij lage temperaturen kan gaan 'vlokken'. Door de vernis te verwarmen ('au bain marie' of onder een straal heet water) wordt het matteringsmiddel weer egaal opgelost en kan de vernis weer gebruikt worden.

In het algemeen is dat niet mogelijk. Zeker acrylvernissen op waterbasis zijn ongeschikt voor olieverfschilderijen. Alleen indien dat overduidelijk is aangegeven kunt u een in terpentijn opgeloste acrylvernis soms ook voor olieverfschildering gebruiken. Als voorbeeld geldt Talens acrylic Varnisch die te gebruiken is op olieverf- en/of acrylschilderingen.

 

Een veel gemaakte vergissing bij de toepassing van retoucheervernis is dat de vernis te snel en te overmatig wordt opgebracht. Het oplosmiddel van de vernis zal, indien opgebracht op een olieverf die net handdroog is, een deel van de olie in de verf alsnog oplossen waardoor de olie boven op de verf komt te liggen en een kleverige laag vormt. Als de retoucheervernis als tussenvernis is gebruikt waar vervolgens weer overheen geschilderd wordt is er niets aan de hand. Wordt retoucheervernis echter als voorlopige slotvernis te snel aangebracht dan voltrekt zich hetzelfde verschijnsel met als gevolg dat de buitenkant van de verffilm zal bestaan uit een mengsel van olie en hars. Deze laag zal maanden lang kleverig blijven en geduld is hier de enige oplossing. Daar dit niet de bedoeling is, is het raadzaam om met het opbrengen van het vernis een paar maanden te wachten tot de verf wat meer doorgedroogd is, bij een zeer dunne verflaag toch minstens een maand. Bovendien is het in de eerste plaats van groot belang om retoucheervernis in alle gevallen spaarzaam aan te brengen. Hoe meer vernis, hoe meer oplosmiddel er wordt opgebracht en hoe sterker het probleem zich zal voordoen. Bovendien bezitten alleen dunne lagen retoucheervernis voldoende poreusheid die van belang is voor de hechting van volgende verflagen (tussenvernis) en voor het doorlaten van zuurstof voor verdere doordroging van de verf (voorlopige slotvernis).

 

Beide harssoorten vergelen niet. Als u een ei-glans wilt kunnen glanzende en matte vernis van dezelfde soort onderling gemengd worden tot een gewenste glansgraad. Voor een egale (matte) glansgraad moeten alle vernissen die een matteringsmiddel bevatten en met de kwast wordt aangebracht in één richting worden uitgestreken. Tevens mag over een matte vernis niet opnieuw een vernislaag worden aangebracht. Voor beide vernissen geldt: Alvorens een slotvernis wordt aangebracht op een oleiverfschildering dient een zeer dunne laag olieverf minstens een half jaar te hebben gedroogd, een normale laag één jaar, dikke tot zeer dikke lagen tot meerdere jaren. Als een droge olieverflaag veel olie bevat verdient het i.v.m. een goede hechting aanbeveling het schilderij voor het vernissen met terpentine af te nemen.